Geschiedenis Fort Oranje

GESCHIEDENIS FORT ORANJE

Het Parket Officier van Justitie van de BES-eilanden op Sint Eustatius ( in 1493 door Columbus ontdekt) is gehuisvest in het ’monumentale’ Fort Oranje.

In de zeventiende/achttiende/negentiende eeuw bezat St. Eustatius zo’n 24 forten, batterijen en geschutstellingen. Niettegenstaande  dit aantal lukte  het de vijand (fransen, engelsen) tot 23 maal toe tussen 1636 en 1816 om aan wal te komen.

Fort Oranje is een van de nog overgebleven verdedigingswerken op het eiland. De overigen zijn: de resten van de forten  Chitchie, Panga, Amsterdam of Waterfort, Nieuwe Fort en van de batterijen Bouille, Dollijn, La Haye, Nassau, Frederick, de Windt, Corre Corre, St. Louis, Concordia, aan de  Zeelandia baai, Venus baai, Coculus baai, Jenkins baai, Tommelendijk baai, plus batterij Jussac, Royale, Rotterdam en  van de onafgemaakte vluchtburg op de berg Gilboa.
Het verdedigingswerk is in 1636 gebouwd op de resten van een uit 1629 daterende Franse versterking. Fransen (Kapitein Rotondy) van het naburige eiland St. Kitts lieten in 1629 op St. Eustatius een fortje of schans bouwen om een eventuele Spaanse aanval af te slaan. Omdat er onvoldoende drinkwater was op het eiland werd het na een paar jaar weer verlaten.
Op 25 april 1636 namen Zeeuwen o.l.v. Pieter van Corselles, namens de Kamer Zeeland van de Nederlandse West-Indische Compagnie, het toen onbezette eiland in bezit. De Nederlanders bouwden op dezelfde plek als waar het Franse fortje lag het huidige Fort Oranje.

Het fort is in de jaren daarna diverse malen verbouwd en uitgebreid. De huidige vorm dateert uit het begin van de achttiende eeuw. Het kwart-cirkelvormige verdedigingswerk bestaat uit drie bastions met daartussen imposante wallen. In het noordelijke bastion bevindt zich de toegangspoort. Op de wallen aan de zeezijde staan nog altijd diverse kanonnen opgesteld, echter niet uit de achttiende eeuw, maar van meer recente datum.

Het was vanaf dit fort dat op 16 november 1776 het beroemde First Salute werd gelost.
Gouverneur Johannes de Graaff (geboren in 1729 op St. Eustatius) liet de kanonnen van het fort een saluut brengen aan de nieuwe Vlag van de Verenigde Staten, de Great  Union flag, van de dertien opstandige Noord-Amerikaanse koloniën die zich zojuist onafhankelijk hadden verklaard van hun Britse moederland.
De Amerikanen interpreteerden dit als de eerste erkenning door een buitenlandse mogendheid van hun onafhankelijkheid en De Graaff werd als held geëerd. Het was een van de aanleidingen voor de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784).

Begin negentiende eeuw was er een garnizoen bestaande uit infanterie (jagers) en artillerie in het Fort Oranje gelegerd.  In 1829 waren er in het Fort nog twee twaalfponders (van het oorspronkelijke saluut) overgebleven die tot 1882 op de verjaardagen van het Koninklijk huis voor het lossen van saluutschoten werden gebruikt.

Ook bij de bestuursoverdracht gaf men saluutschoten. Maar vanwege de deplorabele toestand van de kanonnen verdeelde men het aantal saluutschoten in drieën: elf ’s morgens, elf ’s middags en elf om vier uur. Nadat in 1919 voor St. Eustatius geen eigen gezaghebber meer werd benoemd, zijn de saluutschoten in 1925 afgeschaft.

In december 1829 werd het Fort Oranje gerestaureerd omdat het in verval raakte. De muren werden hersteld, het poortgebouw (nu parket OvJ) opgeknapt en de woning van de garnizoenscommandant werd boven het poortgebouw ingericht. In 1846 is het garnizoen vertrokken en kwam het Fort leeg te staan. Hierna werd het Fort weer wat opgeknapt en ingericht als bestuurscentrum. De commandeur, na 1833 weer gezaghebber, na 1919 waarnemend gezaghebber, na 1951 administrateur en na 1983 weer gezaghebber, hield kantoor in het fort. Ook de overheidsdiensten en de gevangenis huisden in het fort.

Tot aan 1979 werd er aan onderhoud niet veel aandacht besteed. In 1979 kwam het tot een grondige restauratie: de drie bastions kregen een nieuw fundament; muren  kregen nieuwe kantelen, de bestaande gebouwen werden afgebroken en in oude vorm van nieuw materiaal weer opgetrokken.

De Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt bood in 1939 ter erkenning van het saluut van 1776 een plaquette aan die tegen de vlaggenmast op het fortplein een plaats kreeg. De overdracht van deze gedenktafel (plaquette) vond plaats op 12 december 1939.
De obelisk in het midden van de binnenplaats is in 1933 opgericht ter herinnering aan het bezoek van luitenant-admiraal Michiel Adriaensz de Ruyter (1606-1676) in mei 1665 aan het eiland. Deze Nederlandse zeeheld heeft Sint Eustatius overigens twee keer bezocht. De eerste keer was in 1647.
Naast de reeds genoemde obelisk en koperen gedenkplaat, bezit Fort Oranje nog twee gedenktekens. Eén gedenkteken dateert uit 1957 en herinnert aan de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog. En in 1976 werd een vierde gedenkteken aangebracht ter herinnering aan het 200-jarig bestaan van de Verenigde Staten, aangeboden door de Amerikaanse Maagdeneilanden. Ook vinden we er een zonnewijzer.

Naast het Parket OvJ/Reclassering zijn thans in het Fort Oranje gehuisvest: de dienst Planning; en het toeristenbureau.

Bron: De forten, verdedigingswerken en geschutsstellingen van St. Eustatius en Saba van dr J de Hartog. 1997